Direct van de fabrikant

Image

Meetfouten vermijden – tips voor correcte meting

Meetfouten bij temperatuurmeting vermijden

De meest voorkomende meetfouten

Als de temperatuurprobe kouder is dan het te meten object, wordt er in het gebied rondom de probe energie in de vorm van warmte aan het object onttrokken. Als de probe warmer is dan het te meten object, wordt er warmte aan het object toegevoerd.

Ook de massaverhouding van de probe ten opzichte van het medium moet in aanmerking worden genomen: hoe groter deze verhouding, hoe meer energie aan het te meten object wordt onttrokken. Omdat door deze energieonttrekking de werkelijke temperatuur van het object niet meer wordt gemeten, kan een te hoge probemassa tot meetfouten leiden.

Insteek- en onderdompelingsmeting

Bij insteek- of onderdompelingsmetingen wordt de temperatuurprobe direct in het te meten object ingebracht. De meting is voltooid zodra de t99-tijd is bereikt.

Tips voor correcte insteekmetingen

  • De onderdompelingsdiepte of insteekdiepte moet 10 tot 15 keer de probediameter bedragen.

  • Bij onderdompelingsmetingen in vloeistoffen moet de vloeistof voortdurend in beweging worden gehouden.

  • Idealiter wordt t99 na ca. 0,5 seconden bereikt.

Insteek-/onderdompelingsmeting met temperatuurprobe

Oppervlaktemeting

Bij oppervlaktemetingen wordt de probkop loodrecht op het oppervlak geplaatst. Er moet op worden gelet dat noch het contactoppervlak van de probkop noch het te meten object oneven zijn, omdat dit de meting kan verstoren.

Tips voor het meten van de oppervlaktetemperatuur

  • Probepunt vlak op het oppervlak plaatsen.

  • Probe tijdens de meting niet bewegen.

  • Constante en voldoende aandrukkracht uitoefenen.

  • Gebruik oppervlakteprobes met een lage massa.

  • Idealiter wordt t99 na ca. 3 seconden bereikt.

Oppervlaktetemperatuur meten met een temperatuurprobe

Meting van de luchttemperatuur

Bij het meten van bewegende lucht wordt de sensor eenvoudig in de te meten omgeving geplaatst. Voor een korte responstijd wordt idealiter een luchtprobe met een blootliggende sensor gebruikt. Het meetresultaat kan worden geoptimaliseerd door de probe tijdens de meting met 2 m/s door de lucht te bewegen.

Tips voor het meten van de luchttemperatuur

  • Gebruik een luchtprobe met een blootliggende sensor (geen insteek- of oppervlakteprobe).

  • Beweeg de probe tijdens de meting met 2 m/s.

  • Houd de probe buiten de eigen ademhalingszone.

  • Gebruik een stralingsafgeschermde probe.

  • Idealiter wordt t99 na ca. 7 seconden bereikt.

Luchttemperatuur meten met een temperatuurprobe

Heeft u vragen of wenst u persoonlijk advies? Neem contact met ons op!

Wij kijken ernaar uit u te ondersteunen met onze expertise en individuele oplossingen.

Contact
Testo NV/SA
Industrielaan 19
1740Ternat
België
+32 2 582 03 61

U kunt ons telefonisch bereiken:

maandag - donderdag: 8u -12u15 & 12u45 - 16u30vrijdag: 8u - 12u15 & 12u45 - 15u30

© 2026