Direct van de fabrikant
Gratis bezorging vanaf €0
Snelle levering
Veilig betalen
Direct van de fabrikant
Wanneer een fysicus over temperatuur spreekt, bedoelt hij daarmee de maat van de energie die een lichaam bezit. Een lichaam bezit deze energie vanwege de ongeordende beweging van zijn atomen of moleculen. Bewegen de deeltjes sneller, dan stijgt ook de temperatuur. Temperatuur is dus een toestandsgrootheid. Samen met grootheden zoals massa, warmtecapaciteit en andere beschrijft temperatuur de energieinhoud van een lichaam of, zoals het in de fysica vaak wordt uitgedrukt, van een systeem.
Of heel kort:
Toevoer van warmte-energie leidt tot toename van de deeltjessnelheid: temperatuur stijgt
Onttrekking van warmte-energie leidt tot afname van de deeltjessnelheid: temperatuur daalt
Als een lichaam geen warmte-energie meer bezit, bevinden zijn moleculen zich in een rusttoestand. Deze toestand is in de werkelijkheid niet bereikbaar. Hij wordt het absolute nulpunt genoemd, omdat er geen toestand met minder energie bestaat. Men kent hem de waarde 0 K (Kelvin) toe. Daarom is de Kelvin-temperatuur altijd een positieve grootheid.
Men zou de temperatuur best rechtstreeks in energieeenheden kunnen meten. Maar de aanduiding van de temperatuur in graden heeft een lange traditie en is stevig verankerd in de fysica. Om praktische redenen is dat tot op heden zo gebleven.
De temperatuur wordt opgegeven in Kelvin (K) en voor dagelijks gebruik gemeten in graden Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) (VS en andere).
Bij temperatuurverschillen spreken experts altijd in Kelvin.
Omrekening: 1K º 1°C = 9/5 °F
Omrekenformules volgens DIN 1345:
tC = 5/9 (tF - 32) = TK - 273,15
TK = 273,15 + tC
tF = 1,8 tC + 32
We kijken ernaar uit u te ondersteunen met onze expertise en individuele oplossingen.